H8135 שִׂנְאָה
hatred, hatefully, hated

Bijbelteksten

Numeri 35:20Indien hij hem ook door haat zal gestoten hebben, of met opzet op hem geworpen heeft, dat hij gestorven zij;
Deuteronomium 9:28Opdat het land, van waar Gij ons hebt uitgevoerd, niet zegge: Omdat ze de HEERE niet kon brengen in het land, waarvan Hij hun gesproken had, en omdat Hij hen haatte, heeft Hij ze uitgevoerd, om hen te doden in de woestijn.
2 Samuel 13:15Daarna haatte haar Amnon met een zeer groten haat; want de haat, waarmede hij haar haatte, was groter dan de liefde, waarmede hij haar had liefgehad; en Amnon zeide tot haar: Maak u op, ga weg.
Psalm 25:19[Resch.] Aanzie mijn vijanden, want zij vermenigvuldigen, en zij haten mij met een wreveligen haat.
Psalm 109:3En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.
Psalm 109:5En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.
Psalm 139:22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.
Spreuken 10:12Haat verwekt krakelen; maar de liefde dekt alle overtredingen toe.
Spreuken 10:18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.
Spreuken 15:17Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.
Spreuken 26:26[Wiens] haat door bedrog bedekt is, diens boosheid zal in de gemeente geopenbaard worden.
Prediker 9:1Zekerlijk, dit alles heb ik in mijn hart gelegd, opdat ik dit alles klaarlijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen, en de wijzen, en hun werken in de hand Gods zijn; ook liefde, ook haat, weet de mens niet [uit] al hetgeen voor zijn aangezicht is.
Prediker 9:6Ook is alrede hun liefde, ook hun haat, ook hun nijdigheid vergaan; en zij hebben geen deel meer in [deze] eeuw in alles, wat onder de zon geschiedt.
Ezechiel 23:29Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.
Ezechiel 35:11Daarom, [zo waarachtig als] Ik leef, spreekt de Heere HEERE: Ik zal ook handelen naar uw toorn en naar uw nijdigheid, die gij uit uw haat tegen hen hebt te werk gesteld; en Ik zal bij hen bekend worden, wanneer Ik u zal gericht hebben.

Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs