Tien verloren stammen

Zie ook: Israël (koninkrijk),

Met de tien verloren stammen worden de stammen van het Israëlitisch koninkrijk bedoeld die na de Assyrische ballingschap zijn gedeporteerd.

Inhoud

Bijbel

Voorgeschiedenis

Na de dood van koning Salomo, splitsen tien stammen zich af en vormen onder koning Jerobeam het koninkrijk Israël. Na veel waarschuwingen en oordelen wordt dit koninkrijk uiteindelijk in 721 v. C. omvergeworpen. De hoofdstad Samaria wordt verwoest en een deel van de bevolking wordt weggevoerd door de Assyriërs en gedwongen te gaan wonen in “Halah, en in Habor, aan de rivier Gozan, en in de steden der Meden” (2 Kon. 17:6; 1 Kron. 5:26). Een deel van degenen die niet waren gedeporteerd vluchten naar het zuidelijke koninkrijk Juda (2 Kron. 11:14, 16). Ook later tijdens oplevingen gingen getrouwe en gelovige Israëlieten naar Juda (cf. 2 Kron. 15:9-15; 35:18). Later werd ook het zuidelijke koninkrijk Juda omvergeworpen en deels gedeporteerd, waar zij heen gingen is niet geheel duidelijk.

Ballingschap

Ten tijde van de ballingschap zien we dat er een einde komt aan de rivaliteit tussen het zuidelijke koninkrijk Juda en het noordelijke koninkrijk Israël. Profeten als Jeremia, Ezechiël en Daniël, die profeteerden tijdens de ballingschap, geven ons een indruk van de gezamenlijke hoop die onder de leden van de twee koninkrijken leefde om weer terug te keren naar het door God beloofde land. De meest treffende profetie hierover vinden we in Ezechiël 37:15-28 waar we lezen dat de twee groepen "zullen tot een worden in uw hand". Een andere profetie hierover lezen we in Jesaja 11:11-13 "En het zal op die dag gebeuren dat de Heere opnieuw, voor de tweede keer, met Zijn hand het overblijfsel van Zijn volk zal verwerven, dat overgebleven zal zijn in Assyrië en in Egypte, in Pathros, Cusj, Elam, en in Sinear, Hamath en op de eilanden in de zee. Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde. Dan zal de afgunst van Efraïm verdwijnen, en wie Juda in het nauw drijven, zullen uitgeroeid worden. Efraïm zal niet [langer] jaloers zijn op Juda, en Juda zal Efraïm niet [meer] in het nauw drijven" (HSV).

Als de eerste ballingen terugkomen lezen we "Zo zegt Kores, de koning van Perzië: alle koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort - zijn God zij met hem, hij trekke op naar Jeruzalem, in Juda, en bouwe het huis van de HERE, de God van Israël, dat is de God, die in Jeruzalem woont" (Ezr. 1:1-3). We zien hier dat het niet alleen slaat op het koninkrijk Juda, maar ook op de andere stammen. Meer dan tweehonderdduizend keerden terug (Ezr. 2:64-65) waaronder ook van de andere stammen (cf. Ezr. 1:6) maar die niet meer onder hun stamnaam worden genoemd. Dat er leden van andere stammen onder hen zaten blijkt uit het feit dat wordt gesproken over mannen van Bethel en Ai (Ezr. 2:28), plaatsen welke in het noordelijk koninkrijk lagen. Als Ezra later met een groep ballingen terugkeert (458 v.C.) dan lezen we dat ze "de kinderen Israëls" (Ezr. 7:7) worden genoemd en ongeacht uit welke stam ze kwamen. We zien dan ook dat vanaf dit moment de kinderen Israëls ook Joden worden genoemd en het onderscheid tussen de zuidelijke en noordelijke stammen is verdwenen. Dit wordt duidelijk bij de inwijding van de tempel en waar betreffende de offering wordt gesproken "… voor heel Israël … naar het aantal stammen van Israël" (Ezr. 6:17) en iets verder dat ze allemaal Israëlieten worden genoemd (Ezr. 6:21).

Nieuwe Testament

Ook ten tijde van het Nieuwe Testament blijkt dat de Joden weet hadden uit welke stam ze kwamen. Zo lezen we bij de geboorte van Jezus over de profetes Anna die uit de stam van Aser is (Luk. 2:36). Maar ook Jakobus in zijn brief schrijft aan de twaalf stammen die in de verstrooiing zijn (Jak. 1:1), terwijl Josephus hierover vermeldt "… terwijl de tien stammen voorbij de Eufraat verblijven tot nu toe, en ze zijn een ontzettend grote menigte, waarvan het aantal niet geschat kan worden" (Fl. Josephus, Ant. 11.5.2) en waaruit blijkt dat deze nog goed bekend waren.

Na de ballingschap verviel het onderscheid tussen Jood en Israëliet, ook dit zien we in de Bijbel terug, zoals Paulus die claimt een Israëliet te zijn (Rom. 11:1).

Hoewel nog een groot deel in de diaspora woonden, zien we nog wel hun band met Israël en in het bijzonder met Jeruzalem. Zo lezen we in Handelingen dat vele uit deze diaspora tijdens de feesten (tijdelijk) naar Jeruzalem gaan (Hand. 2:9-11).


Identificatie

Hoewel een deel van de stammen in de loop der eeuwen geassimileerd zullen zijn met de volken waar ze wonen en, zoals hierboven is beschreven, een groot deel is samengegaan met de andere Joden, is ook tegenwoordig nog van sommige Joden duidelijk uit welke stam ze zijn. Het meest bekend zijn zij die van de Levitische afstamming zijn, zoals de families Cohen (priester) en Baron, Barron (bar Aaron = afstammeling van Aaron).

Sinds de oprichting van de staat Israël zien we dat vele Joden uit de diaspora terug keren. Daarnaast is er steeds meer onderzoek bij deze groepen mensen of zij behoren tot de Joden en of de Israëlische ‘Wet op Terugkeer’ ook op hen van toepassing is. Een organisatie die zich hiermee bezig houdt is Shavei Israel welke in 2002 door Michael Freund werd opgericht.

De bekendste groep zijn de Mizrachi-Joden, een verzamelnaam van Joden die zich tijdens en na de ballingschap hebben verspreid over Irak, Iran, Syrië, Libanon, Afghanistan, India, Pakistan. Soms worden ook de Jemenitische joden tot deze categorie gerekend en waarvan wordt gezegd dat ze al ten tijde van koning Salomo naar Jemen trokken.

De Beta Israël worden beschouwd als nakomelingen van de stam Dan (MyJewishLearning, What Are Judaism’s Lost Tribes?), terwijl de Bnei Menashe uit India worden beschouwd als afstammelingen van Manasse (JewishPresh, 3 sept. 2021).

Verder zijn er theorieën, die zich onder andere baseren op stamnamen, toponymie en oude reisverslagen, dat het zeer aannemelijk is dat de oude Israëlieten langs de historische zijderoute hebben gezworven en enkelen van hen zich in Kashmir vestigden.


Samaritanen

Samaritanen

De Samaritanen stellen dat ze afstammelingen zijn van deze stammen. Zij hebben in zoverre gelijk dat zij afstammelingen zijn van de Dinaïeten, Afarsatieten, Tarpelieten, Afarsieten, Archavieten, Babyloniërs en Elamieten (uit Susa) die in ballingschap naar het gebied van het koninkrijk Israël zijn afgevoerd (Ezra 4:9-10) en zich daar vermengden met de achtergebleven Israëlieten.

Christendom

Er zijn diverse christelijke groeperingen die beweren dat zij afstammelingen zijn van deze verloren stammen. De meest bekende is de Brits Israël beweging. David Baron schreef einde 19de eeuw het boek The History of the Ten Lost Tribes waarin hij reeds aangaf waarom deze bewering van de Brits-Israël beweging incorrect is. Uit deze beweging ontstonden in meer of mindere mate de Efraim beweging en vandaaruit de Messiaanse beweging. Ook de Afrikaanse Hebreeërs stellen dat zij de Israëlieten zijn en gaan daarbij zover dat zij zelfs ontkennen dat de huidige Joden geen echte Joden zijn.

Het moge duidelijk zijn dat dit soort groeperingen een bepaalde vorm van vervangingstheologie aanhouden, welke veelal ook in een bepaalde mate antisemitisch is.


Aangemaakt 9 september 2021, laatst bijgewerkt 15 september 2021


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!